Elektrische tractie 1957-heden
Bikini-express
met 1135 vanuit Keulen te Middelburg,
7 juli 1984. J. Strooband
In 1957 werd de Zeeuwse lijn grondig
gemoderniseerd. De Sloedam werd dubbelsporig gemaakt en tussen Roosendaal en
Vlissingen werd de lijn geëlektrificeerd.
Dat betekende het definitieve einde van de stoomloc en ook de dieseltreinstellen
werden nu nauwelijks meer gezien.
Op 1 april 1957 werd in Zeeland de eerste trein
feestelijk verwelkomd. Dit was een Mat. ’54, beter bekend onder de naam
‘Hondenkop’. Tot in de jaren ’90 heeft dit treinstel in Zeeland dienst gedaan.
De dag na de officiële opening werd de
dieselelektrische dienst vervangen door een elektrische pendeldienst volgens de
op dat moment geldende dienstregeling. Daarbij werd de dienst
Nijmegen-Vlissingen verkort tot Roosendaal-Nijmegen, zodat de rechtstreekse
verbinding met Noord-Brabant verviel. Vanaf de nieuwe dienstregeling van 2 juni
1957 kwam er een rechtstreekse verbinding naar Holland. De uurdienst
Amsterdam-Roosendaal werd verlengd tot Vlissingen en behalve in Arnemuiden werd
aan elk station gestopt. Op de werkdagen werden er nog vijf exprestreinen extra
ingezet die op de Zeeuwse lijn alleen maar in Bergen op Zoom, Kruiningen-Yerseke,
Goes, Middelburg en Vlissingen. Deze exprestrein reed tussen Amsterdam CS en
Rotterdam CS als voorste gedeelte van de normale uurdienst Amsterdam-Vlissingen.
In Rotterdam vertrok het expresdeel drie minuten eerder waardoor in totaal 35
minuten tijdwinst werd geboekt. Terug vertrok de exprestrein 37 minuten later
uit Vlissingen en haalde in Rotterdam CS de trein van de normale uurdienst in.
Vanaf 1957 reden er treinstellen tussen
Amsterdam en Brussel in de Beneluxdienst. Elektrisch gezien was dit materieel
een primeur omdat het op zowel Belgische als Nederlandse stroomspanning kon
rijden. De treinen werden ingezet in de diensten Amsterdam-Brussel-Zuid, met in
Roosendaal een goede aansluiting naar Vlissingen.
De Beneluxtreinstellen werden gebouwd volgens
het concept van Mat. 54. Dit materieel was in 1957 het modernste en tevens was
het voor een gelijkspanningssysteem geschikt, in Nederland wordt namelijk een
andere spanningsvoltage op de bovenleiding gebruikt dan in België.
Deze treinstellen kwamen met ingang van de
winterdienst, op 29 september 1957, in dienst. De Beneluxtrein onderscheidde
zich van het Mat. ’54 door de aanwezigheid van bagageafdeling en de aanwezigheid
van een keuken. Ook de kleurstelling was anders: laatstgenoemde trein was
blauw/geel gespoten. Een verder verschil was de plaats van de pantografen: bij
de Hondenkoppen beide op het dak van één rijtuig, en bij het Benelux-materieel
op elke kop één. In de spanningssluis net ten zuiden van Roosendaal werd
omgeschakeld van 15000 volt naar 3000 volt. De Benelux-trein kon gekoppeld
rijden met het bestaande Mat. ’54.
Vanaf 1 juni 1969 werd deze uurdienst bijna
geheel ontkoppeld van de Benelux-dienst en reed voortaan apart als intercity.
Voortaan werden dagelijks twee treinen in elke richting met getrokken materieel
gereden.
Na het Materieel ’54 (Hondekoppen) kwamen er in
september 1982 getrokken treinen met ICR-rijtuigen tussen Vlissingen en
Amsterdam.
Ook de zaterdagse vakantietrein tussen
Vlissingen en het Rührgebied mag niet vergeten worden. Vanaf 1957 tot eind jaren
’80 van de vorige eeuw reden elocs serie 1100 en 1200 op zaterdag van juni t/m
augustus. De trein was beter bekend onder de naam ‘Bikini-Epress’.
Tussen Vlissingen en Zwolle werd sinds 1969 een
rechtstreekse dienst geëxploiteerd, met de naam IJsel-Brabantlijn. Met als
eerste Materieel 1946, daarna getrokken treinen met elocs 1100 1200, 1300 met
daarachter rijtuigen plan E, Materieel 1954 (Hondekoppen), treinstel plan v, en
de ICM (Koploper) heeft dit traject een grote verscheidenheid aan
materieelsoorten gekend.
Vanaf 16 januari 1983 reden er uitsluitend
getrokken treinen met rijtuigen plan E vanuit Zwolle en met ICR-rijtuigen vanuit
Amsterdam naar Vlissingen.
Nadat op 29 mei 1988 de doorgaande verbinding
Zwolle-Vlissingen was ingekort tot twee aparte diensten: Vlissingen-Roosendaal
en Roosendaal-Zwolle, kwamen er sprinters op de Zeeuwse lijn.
Met ingang van 16 januari 1994 kreeg de Zeeuwse
lijn een eigen omloop met vier sprinters, voorzien van koffie- en
frisdrankautomaten maar al op de eerste dagen bleek de capaciteit van enkele
treinen onvoldoende. Gelukkig stonden er nog wat oude hondenkoppen reserve,
zodat deze konden inspringen als extra trein.
Na overweging om in Zeeland een 20-minuten
dienstregeling met materieel ’64 te gaan rijden en diverse stations te sluiten,
stak er een storm van protesten op en in 1996 werd dit plan verworpen. Bij nader
onderzoek was ook gebleken dat reizigers van en naar Zeeland voor het merendeel
gebruik maakten van de intercity’s tussen Amsterdam en Vlissingen, zodat met
ingang van 15 januari 1996 de sprinters met hun vaak kapotte koffie- en
frisdrankautomaten van de Zeeuwse spoorlijn verdwenen. Zij werden opgevolgd door
acht willekeurige treinstellen van het materieel ’64; de serie plan T/ plan V.
Deze treinstellen rijden tegenwoordig nog rond in de stoptreindienst. In de
weekenden rijden er af en toe elocs 1700 met een dubbeldeksrijtuigen, een zgn. ‘DDM-stam’.
In januari 2004 werden de eerste stellen van de
plan V en de plan T buiten dienst gesteld. De nog rijvaardige stellen zullen
geen grote revisies meer ondergaan, zodat er in de toekomst ook in Zeeland ander
materieel ingezet zal moeten worden. Welk type trein dit gaat worden, is nu nog
niet bekend.
Sinds 15 januari 1995
wordt het nieuwe InterRegioMaterieel ingezet in de intercitydienst tussen
Vlissingen en Amsterdam. Vanaf 2001 zijn deze dubbeldekkers verlengd tot
respectievelijk vier- of zeswagenstel. Anno 2005 zijn vrijwel alle IRM’s
verlengd tot VerlengdIRM (VIRM).
In het voorjaar van
2005 werd het bekent dat de Intercitydienst Amsterdam-Vlissingen per 2007
verleden tijd zullen zijn. In verband met de Hogesnelheidstreinen tussen
Amsterdam en Brussel via Roosendaal hebben de NS laten weten dat de
intercitydienst dan zal worden beëindigd. Hoewel er eerst sprake was dat deze
dienst alleen maar ingekort zou worden tot Vlissingen-Rotterdam, is het nu
duidelijk geworden dat de gehele intercitydienst zal verdwijnen en plaats maken
voor een sneltreindienst Vlissingen – Den Haag. Deze dienst zal een stuk minder
snel zijn, aangezien deze onderweg op meerdere stations gaat stoppen.
Ook heeft de NS het plan geopperd om station
Kruiningen-Yerseke als Intercitystation te sluiten. Vanaf 2006 is hier weer
minder over te horen, aangezien de dreigende sluiting van
Arnemuiden,
Kapelle-Biezelinge en Krabbendijke
nu erg in het
nieuws is.

Stoptrein vierwagenstel plan t te Middelburg, 23 oktober 2003
Gebruikte bronnen:
9
13
16
18
32
Klik op de nummers en u wordt doorgestuurd naar de
bronnenlijst