Spoorwegongevallen spreken altijd tot de verbeelding, zijn maken indruk. Ook in Zeeland hebben helaas er enkele ernstige spoor- en tramwegongevallen plaatsgevonden.
De
betrouwbaarheid van de Westinghouserem,
Vlissingen, 1899
Zoals gezegd werken spoorwegongevallen sterk op
onze verbeelding. Dit geldt bij uitstek voor die ongevallen waarbij de trein met
hoge snelheid en niet functionerende remmen op een kopstation afdendert, het
stootblok omverrijd, het daarachter liggende perron omploegt, door muren
heenbreekt om uiteindelijk in de restauratiezaal terecht te komen.
Dit was het geval in Vlissingen op 1 juni 1899.
De boottrein uit Amsterdam liep op die dag ’s avonds om elf uur te Vlissingen
Haven met zoveel vaart tegen het aan het einde van het spoor geplaatste
stootblok, dat dit omver werd geduwd, de loc over het stootblok heen en over het
perron in het stationsgebouw terecht kwam. De achter de loc lopende bagagewagen
en het postrijtuig schoven gedeeltelijk in elkaar. De machinist werd enige tijd
na het gebeuren bij het stationsgebouw tussen de sporen gevonden. Hij was van de
locomotief gesprongen toen het ongeluk niet meer te vermijden was. De
leerling-machinist werd bewusteloos in de restauratiezaal gevonden. De beide
conducteurs die in de verbrijzelde bagagewagen zat, bleken op slag dood te zijn.
De volgende dag ontdekte men bij het wegbreken
van enkele schotten in het postrijtuig met compartiment eerste klasse het
lichaam van een reizigster, de 18-jarige mejuffrouw R. Roth. Zij was de dochter
van de Zwitserse gezant in Berlijn en keerde terug naar een kostschool in
Engeland na een bezoek te hebben gebracht aan haar vader die in Den Haag een
vredesconferentie bijwoonde.
Na onderzoek bleek dat de druk in het reservoir
van de Westhinghouse rem te zijn weggevallen, waardoor de remmen niet meer
functioneerden.

In 1905 ontspoorde te Goes een locomotief, met gelukkig geen ernstige gevolgen. Fotograaf onbekend
Vertraging na een ongeval,
Rilland-Bath, 1906
Tijdens de stormvloed van 12 maart 1906 werd de
spoorlijn ter hoogte van de Bathpolder zwaar beschadigd. Door een ongeval op het
stationsemplacement met de mailtrein naar Vlissingen werd op 13 maart het andere
spoor geblokkeerd, zodat de eerste zandtrein pas op 16 maar op de plaats des
onheils kon arriveren. Achttien dagen lang werden toen 8 zandtreinen van 25
wagens (22.000 m3) aangevoerd. Op 11 april 1906 was het eerste spoor gereed. De
dag daarop het tweede spoor ook. Een deel van de spoorlijn in de Eerste
Bathpolder ligt nu nog aanzienlijk hoger dan de rest van de spoorlijn (+ 5.33m
NAP).
Botsing
met Bus, Kruingen, 1946
Op 1 oktober 1949 om kwart voor zeven in de
ochtend reed een personentrein uit Vlissingen bij Kruiningen op een bus van de
SW (Stoomtram Walcheren). De trein ontspoorde gedeeltelijk. De inzittende van de
bus werd op slag gedood. Bij het ongeluk werd de bus enkele meters meegesleurd.
Niet
geborgde vloeddeur,
Oostdijk, 1971
Op 25 augustus 1971 zorgde een niet geborgde
vloeddeur bij Oostdijk voor ernstige beschadigingen aan de daarop inrijdende
Intercity. Gelukkig vielen hierbij geen doden.
Een
achteroprijding tussen personen- en goederenmaterieel,
’s Heer-Arendskerke, 1976
Op 27 oktober 1976 botste tussen Goes en
Middelburg bij de aansluiting naar het Sloegebied trein 4611 naar Vlissingen,
bestaande uit treinstel 767 (Mat. ’54) achterop goederentrein 720521 D. Deze
laatste trein werd getrokken door een dieselloc serie 2200. De machinist van
trein 4611 merkte bij dichte mist het stoptonend sein 605 te laat op. Het
vierwagenstel Materieel ’54 (Hondekop) botste frontaal op de goederentrein met
ketelwagens. Bij dit ongeval kwamen zeven mensen om het leven, waaronder de
machinist van de reizigerstrein. Ook waren er zeven gewonden. Dit ongeluk is één
van de eerste waarnaar de Spoorwegongevallenraad een openbaar onderzoek
instelde.
Achteroprijding
tussen plan V en een grindtrein,
Rilland-Bath, 1988
Op 1 juni 1988 vertrok reizigerstrein 14627 iets
voor half elf uit Rilland-Bath, richting Goes. De trein, bestaande uit de plan v
stellen 904 en 958 reed kort na vertrek door onveilig sein en botste op de
stilstaande, vertraagde proeftrein 82202, bestaande uit eloc 1636 en 22 beladen
grindwagens. Er waren drie doden, waaronder de machinist van de reizigerstrein.
Verder waren er 28 gewonden. Dit ongeval was het eerste waarvoor de
Spoorwegongevallen een onderzoek instelde onder leiding van mr. P. van
Vollenhoven.
Dieselloc
total los in Sloe,
Vlissingen-Oost, 1990
Op het rangeerterrein van het Zeeuwse Sloegebied
reed op 30 oktober 1990 een goederentrein getrokken door dieselloc 2280 in op
een stilstaande wagon met isobutaan, een ontplofbaar lpg-gas. Door de klap werd
de tankwagon van zijn draaistel gelicht maar bleef verder volledig intact, zodat
er volgens de brandweer geen gevaarlijke situatie was ontstaan. Van DEloc 2280,
die met één draaistel ontspoorde, werd de motorhuif finaal ingedrukt. Na
hersporing werd de locomotief afgevoerd naar Tilburg en niet meer in herstelling
genomen. In mei 1992 werd de loc op het terrein van de hoofdwerkplaats gesloopt.
Op
1 oktober 1949 kwam een personentrein in botsing met een bus van de SW,
Fotograaf onbekend.
Botsing tussen dieselloc en personenauto op een
overweg, Kloetinge, 2004
Op 1 juli 2004 botste om 9.00 uur een
diesellocomotief serie 6500 van Railion op een personenauto. De chauffeur moest
even daarvoor op de overweg uitwijken voor een vrachtwagen. De auto raakte met
één wiel van de overweg en kwam vast te zitten. De chauffeur probeerde met
enkele omstanders de wagen los te trekken en belde gelijk het alarmnummer om een
eventueel naderende trein te waarschuwen. Dit was echter al te laat, aangezien
een 6500 (zgn. Vlaamse Reus) van het Sloegebied onderweg was richting
Roosendaal. De loc reed boven op de inmiddels verlaten auto en sleepte deze
enige tientallen meters met zich mee, voordat ze tot stilstand kwam. Gelukkig
raakte niemand gewond.
Gebruikte bronnen:
15
19
30
Klik op de nummers en u wordt doorgestuurd naar de
bronnenlijst